Loading…

Tomaru

De oorspronkelijke naam was Oo-toomaru. De oorsprong is ook bij dit ras te gissen. Sommigen zeggen dat hij is gekweekt in Niigata, een provincie in Japan. Anderen wijzen naar China als de werkelijke oorsprong. Het eerste teken van de Japanse naam  唐 tou is de Japanse term voor Táng dynastie. Vandaar zouden Langshan type hoenders in de Táng dynastie dieren zijn geïmporteerd en gekruist met de inlandse Kurogashiwa. Er zijn namelijk veel gelijkenissen. De Tomaru  is in 1939 uitgeroepen tot levend cultuur monument in Japan. Hij kraait gemiddeld 7 tot wel 20 seconden. Er zijn uitzonderingen bekend van 25 seconden. Zijn kraai wordt bestempeld als de mooiste van alle langkraaiers Hij heeft een 2 tonige kraai en een inhalerend snurk geluid aan het einde.
Hier is hij te beluisteren https://www.youtube.com/watch?v=_TdtcnI_CF4

 Deze factoren zijn uitzonderlijk en een typische Tomaru eigenschap. Ze zijn de baritons onder de Japanse langkraai rassen. Ook zouden de Tomaru hanen een speciale vorm van vechten hebben. Hier heeft men de dieren niet op doorgekweekt daar er voldoende andere erg goede vechtrassen is Japan voorhanden waren.

De romp is gestrekt en krachtig en loopt naar achteren af naar de staart. De Tomaru heeft een middelgrote kop met middelgrote rechtopstaande kam met 4 tot 6 kamtanden.

 Ondanks dat hun vel wit is zijn bij de hanen de kopversierselen purperachtig en bij de hennen donker purper De vrij grote ogen zijn donkerbruin.  

De oren zijn relatief klein en de enigszins uitgerekte  kinlellen zijn middelgroot. De kleur van beide is purperachtig rood.

De middellange krachtige snavel is iets gebogen aan de punt en hoornkleurig.

De hals is middellang met rijk halsbehang.

De rug tamelijk Lang en recht, breed tussen de schouders, smaller worden en aflopend naar de staart, een breed zadel en rijk bevederd.

De borst is breed en vol, goed gerond en weinig naar voren gedragen. De vleugels zijn halflang, krachtig, goed opgetrokken en aangesloten tegen het lichaam gedragen.

De staart is groot, lang en weelderig met grote hoofdsikkels, vol bevederd, V-vormig gedragen, een stompe hoek met de rug vormend ongeveer in een hoek van 40 graden.

De dijen zijn middellang, stevig, doch niet te zwaar, goed uit elkaar geplaatst.

De benen en tenen zijn vrij lang en krachtig, glad geschubd en vrijwel evenwijdig aan elkaar geplaatst. Blauwzwart tot zwart.

Het ras bestaat in een zwarte en een witte variant.

De witte variant komt niet voor buiten Japan.

De zwarte Tomaru is voorzien van een prachtige groene glans . De bevedering  is glad aanliggend en vol.